Onderzoek naar kievitkuikens in het Buijtenland van Rhoon
Het broedseizoen is in volle gang. Ook de iconische akkervogel kievit is volop te horen in het Buijtenland van Rhoon. Hoewel er vele kievitskuikens uit het nest zijn gekropen, zijn er maar weinig kieviten die succesvol opgroeien. De reden is vooralsnog onduidelijk. De kievit is één van de doelsoorten van de Gebiedscoöperatie, dus we willen graag het broedsucces verbeteren. Dit jaar wordt er een vervolgonderzoek gedaan naar de kuikenoverleving door Vogelwerkgroep IJsselmonde in samenwerking met Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels en Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Juli 2026
Geschreven door Vogelwerkgroep IJsselmonde

Kievitkuikens krijgen een zender van 0.44 gram op de rug. Deze valt er vanzelf vanaf als het dons verdwijnt. Foto van Cornelis Fokker, Kenniscentrum Akkervogels.
Jarenlang onderzoek naar vogels
Al jarenlang worden er in het Buijtenland van Rhoon vogels gemonitord. De Vogelwerkgroep IJsselmonde doet al vanaf 2016 onderzoek naar vogels zoals de houtsnip en het broedsucces van de kievit. De resultaten van de kieviten staan beschreven in dit rapport. Niels Godijn: “We zagen al snel dat er weinig kuikens groot worden op akkers en het broedsucces er laag is. Op andere plekken in de buurt gaat het beter. Met name in braakliggende terreinen zijn veel kieviten succesvol, maar ook bij weitjes met vee of nabij natte plekken. Sinds 2019 zien we een stijging van het aantal kieviten op de akkers in de Zegenpolder, nadat daar de natuurvriendelijke oevers werden aangelegd. Helaas zien we nog geen verbetering in het broedsucces.”

Kuikenoverleving
Hoewel het aantal kieviten in het Buijtenland van Rhoon dus toeneemt, blijft het broedsucces te laag (zie figuur). Cornelis Fokker: “Er is dus een aanzuigende werking op volwassen kieviten uit de omgeving, maar er groeien onvoldoende kuikens op. De populatie is dus niet gezond.” De precieze reden dat er op akkers te weinig kuikens opgroeien is onduidelijk. In 2023 is de Vogelwerkgroep gestart met het zenderen van een aantal kuikens, zodat ze deze nauwgezet konden volgen. Cornelis: Dit leert ons veel over bijvoorbeeld de groeisnelheid en het terreingebruik. We weten inmiddels dat de problemen optreden in de eerste week nadat de kuikens uit het ei komen. Dan schort het aan iets waardoor ze eigenlijk allemaal dood gaan. Dit jaar gaan we samen met stagiair Jochem Verweij onderzoeken of er een verschil zit in voedselaanbod tussen de gebieden waar het wel goed en waar het niet goed gaat.”


Ontwikkeling van het aantal kievitparen (blauw) en het aandeel succesvolle paren (oranje)
Drie onderzoeken
Een gebrek aan voedsel – insecten en andere ongewervelden – is namelijk één van de vermoedelijke oorzaken van het lage broedsucces. Er worden potvallen geplaatst die insecten vangen om te kijken of er genoeg voedselaanbod is voor de kuikens.
Daarbij kunnen ook lessen worden getrokken uit het eerdere insectenonderzoek van Iryina Litovska van Wageningen Universiteit Nederland. Een tweede mogelijke oorzaak is de invloed van pesticiden. Niels: “Dit doen we door dode kuikens en eieren te verzamelen om te kijken of daar misschien stoffen in zitten die de dood van de kuikens kan verklaren.” Het is vooralsnog onwaarschijnlijk dat predatie een directe oorzaak is, omdat het in terreinen in de buurt wel goed gaat.

Uit het eerdere onderzoek van de Vogelwerkgroep werd wel al duidelijk dat het toepassen van braak of van beweiding een positief effect kan hebben. Dat sloot aan bij de wens van de gebiedscoöperatie om vee in te zetten voor begrazing. In 2026 is gestart met een experiment met de inzet van koeien in de Zegenpolder in samenwerking met boer Adjan Vos. “We zien dat op plekken waar koeien of schapen lopen meer kuikens groot worden. Dus begrazing lijkt een positieve rol te spelen op de overleving van die kuikens.” Daarnaast is begrazing waarschijnlijk een goede manier om overmatige rietgroei in de natuurvriendelijke oevers te verminderen.

Op weg naar landelijk herstel
Ook landelijk gaat het niet goed met de kievit. Sinds 1990 is de populatie ruim 50 procent afgenomen. Dat komt onder andere door de steeds intensievere vorm van landbouw. Niels: “De kievit heeft in de afgelopen decennia veel last gehad van bijvoorbeeld steeds vroeger maaien. Het is steeds meer een akkervogel geworden, simpelweg omdat ze in de graslanden steeds meer uitgemaaid werden.”
Eigenlijk is de kievit dus een beetje de grutto van de akkerbouwgebieden. De omstandigheden in landbouwgebieden zijn steeds minder gunstig geworden voor deze vogels. Met dit onderzoek kunnen we hopelijk achterhalen wat de oorzaak daarvan is en de omstandigheden verbeteren. Landelijk speelt er wat er in het Buijtenland van Rhoon in het klein gebeurt. Uitkomsten uit dit onderzoek kunnen daarom ook landelijk interessante inzichten opleveren.
Volg de uitkomsten
Het onderzoek zal tijdens het broedseizoen vanaf half april tot begin augustus worden uitgevoerd. De resultaten worden gedeeld via onze nieuwsbrief en website.
De tussentijdse resultaten op 10 mei: van de 31 gezenderde kuikens zijn er nu nog 8 in leven. Een deel van de kieviten doet een tweede nestpoging, dus hopelijk komt daar nog wat bij.

Vogelwerkgroep IJsselmonde
Vogelwerkgroep IJsselmonde is onderdeel van Natuurvereniging IJsselmonde en bestaat uit 25 tot 30 leden. Zij houden zich bezig met onderzoek en voorlichting over alles wat met vogels in het wild te maken heeft in werkgebied IJsselmonde. Lees hier meer.
Natuurinclusieve landbouw in de praktijk
Wil jij elke maand Buijtengewoon nieuws in je mailbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief!
Buijtenland van Rhoon
In het Buijtenland van Rhoon willen boeren, recreatieondernemers, natuurliefhebbers en verenigingen laten zien hoe het ánders kan. Landbouw met respect voor de natuur. Met aandacht voor eerlijk voedsel. Geteeld dichtbij de afzetmarkt.

