Q & A Faunabeheer Buijtenland van Rhoon
Faunabeheer is onderdeel van een gezonde balans tussen natuur, landbouw en recreatie in het Buijtenland van Rhoon. Dieren zoals ganzen kunnen bijvoorbeeld veel overlast veroorzaken aan de landbouwgewassen. Daarom vindt er voornamelijk schadebestrijding plaats op ganzen, duiven en hazen. Plezierjacht is in de polders absoluut niet toegestaan. De afspraken en regels zijn opgesteld in een faunabeheerconvenant dat in lijn is met het Streefbeeld. Op deze pagina wordt antwoord gegeven op veelgestelde vragen over faunabeheer in het Buijtenland van Rhoon.

Faunabeheer
Q: Waarom is faunabeheer nodig?
Natuurinclusieve landbouw, met minder gewasbeschermingsmiddelen, minder kunstmest en meer ruimte voor natuur levert een fijne leefomgeving op voor dieren. In het Buijtenland van Rhoon is het aantal diersoorten sinds de overstap naar natuurinclusieve landbouw enorm gestegen.
De hazenstand ligt bijvoorbeeld ver boven het landelijke gemiddelde. Maar ook ganzen weten het gebied te vinden. Dit zorg ook voor schade aan gewassen. Omdat sommige soorten geen natuurlijke vijanden hebben en om de populatie gezond te houden, wordt er daarom ingegrepen.
Schadebestrijding wordt alleen in beperkte mate toegepast op soorten die de meeste schade geven aan landbouwgewassen, namelijk ganzen, duiven en hazen. Beheer wordt alleen gedaan als preventieve maatregelen geen effect meer hebben.
Soorten
Schadebestrijding
Er gelden landelijke regels voor de te bejagen soorten, deze worden vastgesteld door de provincie (in dit geval Provincie Zuid-Holland) en door de faunabeheereenheid vertaald in het faunabeheerplan. Er wordt voornamelijk gejaagd op ganzen, duiven en hazen. Deze soorten zorgen voor de meeste schade aan gewassen. Jaarlijks wordt op basis van tellingen bepaald welk aantal en welke soorten worden beheerd.
Er zijn een aantal perioden waarin gejaagd mag worden. Dat verschilt per soort. Grofweg is het jachtseizoen tussen augustus en januari. Buiten de vastgestelde jachttijd kan er ook op schadesoorten gejaagd worden als er sprake is van (dreigende) schade.
Bekijk ook de faunakalender van Faunabeheereenheid Zuid-Holland.
Voorafgaand aan het jachtseizoen worden er tellingen uitgevoerd. Bij hazen gebeurt dat drie keer in een jaar. De eerste keer in het voorjaar, de tweede keer vóór het jachtseizoen, de derde keer net ná het jachtseizoen. Hierdoor is goed te zien wat de impact is op de populatie. De tweede en de derde keer worden de tellingen uitgevoerd met warmtecamera’s. Jaarlijks wordt op basis van die tellingen bepaald welk aantal en welke soorten worden beheerd.
Daarnaast gelden er wettelijke regels vanuit provinciaal beleid. Vanuit Faunabeheer Zuid-Holland en Provincie Zuid-Holland wordt goed nagedacht over de populatieberekening voor bepaalde leefgebieden. Meer informatie is te vinden via Faunabeheereenheid Zuid-Holland.
Schade en preventie
Q: Krijgen de boeren vergoeding voor de schade veroorzaakt door diersoorten?
Agrariërs kunnen een schadevergoeding van Bij12 krijgen wanneer zij schade hebben geleden aan gewassen veroorzaakt door diersoorten. Dit geldt overigens niet voor alle schade. De agrariër is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van faunaschade aan gewassen. In eerste instantie gaat dit om preventieve maatregelen en als het echt niet anders kan om populatiebeheer of schadebestrijding.
De manier van schadebestrijding wordt doorgeven aan BIJ12 die nog gecontroleerd wordt door de provincie. Niet alle schade wordt vergoed. Bij schade wordt ervan uitgegaan dat er ongeveer 4% bedrijfsrisico is.
Bij12 houdt jaarlijks de schadecijfers bij waarbij een tegemoetkoming is uitgekeerd.
Q: Wat er wordt gedaan op het gebied van preventie?
Preventieve maatregelen zijn een wezenlijke onderdeel van faunabeheer. In het faunabeheerconvenant staan alle preventieve maatregelen beschreven in een preventieladder. Hierin zijn de verschillende middelen benoemd welke gebruikt worden en ook bewezen een effect hebben op het verjagen van en hiermee voorkomen van schade door fauna. Het uitgebreide pakket van preventieve maatregelen is onderverdeeld in visuele en akoestische middelen, afscherming, teelttechnische maatregelen, geur- en smaakmiddelen, aantrekken natuurlijke vijanden, beheer en overige middelen. Denk hierbij aan vogelverschrikkers, vlaggen en linten, knalapparaten en schriklint, afdeknetten en vliesdoeken of het plaatsen van zitpalen voor roofvogels als natuurlijke vijand. Als het echt niet anders kan, wordt er over gegaan op afschot. De hele preventieladder moet gebruikt zijn om een vergoeding te krijgen van BIJ12. Agrariërs moeten aantonen dat zij alle stappen hebben genomen om aanspraak te maken op een vergoeding.
Schadeprocedure
Wanneer een grondgebruiker schade ondervindt van een bepaalde diersoort, ondanks het nemen van preventieve maatregelen, dan kan hij in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in deze schade via BIJ12, ook wel het faunafonds genoemd. Dat is geen 100% dekking. Voordat het faunafonds overgaat tot tegemoetkoming wordt de schade vastgesteld door een onafhankelijk schadetaxateur.
0-meting om gewasschade in beeld te brengen
In 2021 heeft de Gebiedscoöperatie besloten een nulmeting uit te voeren, met als doel om de aard en omvang van de gewasschade vast te stellen, door de inzet van een onafhankelijke taxateur. Deze monitoring van schade wordt jaarlijks voortgezet.
In het faunbeheerconvenant staat een totaal overzicht van de preventieve maatregelen.

Afspraken tussen de gebiedscoöperatie en Wildbeheereenheid
In 2019 en 2020 is er overleg gevoerd tussen een afvaardiging vanuit de leden van de gebiedscoöperatie (natuur en landbouw), een afvaardiging van de Wildbeheereenheid (WBE) en adviseurs vanuit de gebiedscoöperatie. Uit dit overleg is een convenant Faunabeheer ontwikkeld, dat invulling geeft aan het principe 'Geen jacht, tenzij' uit het Streefbeeld.
In het convenant wordt ingegaan op de manier waarop jacht, schadebestrijding en beheer in Nederland zijn geregeld, hoe het zit met schadevergoedingen, welke schade veroorzakende soorten er zijn, welke preventieve maatregelen er kunnen worden genomen, en hoe het plegen van afschot is geregeld. Ook worden in het convenant kaders gesteld voor een experiment en er wordt aangegeven hoe omgegaan moet worden met monitoring.
De bijlage bij het Convenant geeft de praktische invulling aan het faunabeheer, waarbij per soort wordt toegelicht welke stappen ondernomen dienen te worden voordat eventueel ingrijpen door middel van afschot wordt toegestaan.
Bekijk hier het faunabeheerconvenant en de bijlage.
Er is veel veranderd in de manier waarop we tegen faunabeheer aankijken. Tegenwoordig moet er een degelijk beheerplan worden gemaakt, dat is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland en er is meer aandacht voor preventie.
Binnen het Buijtenland van Rhoon is een faunabeheerconvenant opgesteld waarin afspraken zijn gemaakt tussen de Wildbeheereenheid en de Gebiedscoöperatie. Er wordt rekening gehouden met de verschillende populaties, wat zorgt voor maatwerk en er zijn preventieve maatregelen bepaald in een escalatieladder. De Gebiedscoöperatie wil zoveel mogelijk preventieve maatregelen nemen, voordat tot afschot zal worden overgegaan.
Streefbeeld en juridisch kader
Voor het Buijtenland van Rhoon is een Streefbeeld opgesteld met heldere en meetbare doelen op het gebied van o.a. akkerflora, akkerfauna, landbouwgewassen en recreatieve bezoekers. De weg ernaartoe staat nog niet vast. Door experimenten en onderzoek zal de gebiedscoöperatie in het Buijtenland van Rhoon kennis vergaren over natuurinclusieve landbouw. De verschillende doelen op het gebied van natuur, landbouw en recreatie zijn in het streefbeeld nader uitgewerkt. Ook is opgenomen binnen welke termijn deze doelen gehaald moeten worden.
Bekijk hier het Streefbeeld.
Lerend beheren
Een belangrijk onderdeel van het Streefbeeld is lerend beheren. Dit principe biedt ruimte om te experimenteren, evalueren en aanpassen. Het samenspel van de natuurmaatregelen, het beheer en de verweving van de natuurmaatregelen met de akkerbouw vergt veel lerend beheren, met onderzoek en monitoring in relatie tot de verschillende landschapselementen.
Geen jacht tenzij
‘Geen jacht, tenzij’, dat is het uitgangspunt van het faunabeheerconvenant in het Buijtenland van Rhoon en is onderdeel van het Streefbeeld. Dit convenant is opgesteld door de Wildbeheereenheid, in overleg met natuur- en landbouwpartijen onder leiding van de Gebiedscoöperatie.
Jacht vindt alleen plaats als dat noodzakelijk is, niet als vorm van recreatie. Over jacht is in het Streefbeeld het volgende opgenomen: “Naast deze mogelijk gunstige ontwikkelingen (dat ook andere vogelsoorten meeprofiteren van de maatregelen die in het gebied worden aangelegd, zoals bijv. de grutto en overige steltlopers. red.) zal het gebied ook te maken kunnen krijgen met de toename van een aantal minder gewenste soorten als bijvoorbeeld de gans en de vos. De regulering van de aantallen van deze soorten zal daarom altijd een punt van aandacht zijn.
Jacht vindt alleen plaats als dat noodzakelijk is, niet als vorm van recreatie. Het streven is om (de noodzaak van) jagen te voorkomen. Als dat onverhoopt niet lukt, dan kan de coöperatie jacht toestaan om landbouwdoelen (schadebestrijding), natuurdoelen, nabuurschap en veiligheid te realiseren, maar alleen wanneer dat niet strijdig is met het behalen van de natuurdoelen. Om dit verder te onderbouwen wordt door de coöperatie -voor zover nodig in overleg met de wildbeheereenheid eiland IJsselmonde- een faunabeheerplan opgesteld wat door de provincie Zuid-Holland wordt goedgekeurd.”
In 2026 is er een jachthuurovereenkomst voor de duur van zes jaar gesloten tussen gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon en de Wildbeheereenheid IJsselmonde (WBE). Daarin zijn alle te bejagen soorten en preventiemaatregelen opgenomen. Bejaging moet plaatsvinden conform de in het faunaconvenant overeengekomen werkwijze faunabeheer.
De Wildbeheereenheid is wettelijk verantwoordelijk voor een redelijke wildstand van de wildsoorten. Ook is hij verantwoordelijk om schade aan bijvoorbeeld landbouwgewassen te voorkomen. Er wordt gezocht naar een balans tussen die twee zonder dat de instandhouding van een soort daar onder te lijden heeft.
Seizoen en veiligheid
Q: Hoe wordt er tijdens het broedseizoen rekening gehouden met (jonge) dieren?
Tijdens het broedseizoen wordt er zo min mogelijk gejaagd. Er wordt wel op koppelvormers gejaagd om te voorkomen dat de koppels gaan broeden, maar dit stopt zodra er nestvorming is. In het voorjaar wordt gekeken naar het schudden van eieren als er nesten worden gevonden.
Q: Kan ik geïnformeerd worden over het moment en locatie van jagen?
Nee, dit is helaas niet mogelijk omdat het niet voorspelbaar is waar dieren op een bepaald moment zijn. Er wordt altijd binnen bestaande wetgeving en binnen toegestane tijden gejaagd.
Bekijk ook de faunakalender van Faunabeheereenheid Zuid-Holland.
Q: Hoe wordt de veiligheid van recreanten gewaarborgd?
Nederlandse jagers zijn één van de best opgeleide vakmensen van Europa in het kader van omgang met wapens. Er geldt strenge wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid. De jagers zijn goed opgeleid, doen examens en krijgen regelmatig goede controles, sommige zelfs onaangekondigd. Daarnaast moeten ze van te voren een melding maken bij de omgevingsdienst. Bij elk schot dat wordt geleverd is een jager verplicht om achtervang te hebben. Dit voorkomt losse flodders en waarborgt de veiligheid van recreanten.
Q: Wat gebeurt er met het wild na beheer?
De jagers controleren of de dieren echt dood zijn en ruimen het op. Het wild dat voortkomt uit het beheer wordt met respect behandeld en volledig benut. Het vlees wordt niet weggegooid, maar waar mogelijk lokaal verwerkt, bijvoorbeeld in de ganzenworst van het Wildhuys op de Rotterdamse Oogstmarkt.


Meldpunt en contact
Ziet u onverhoopt iets zorgwekkends in het gebied als het gaat over faunabeheer? Dan zijn er twee manieren om een melding te doen: bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid of bij de dierenpolitie via het landelijke meldpunt 144.
Gaat het om andere zaken, dan kunt u contact opnemen met de gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon via het emailadres: info@buijtenland-van-rhoon.nl
Wij hebben ons best gedaan om zoveel mogelijk vragen te beantwoorden. Staat uw vraag of antwoord er niet bij, of heeft u een andere vraag? Neem dan contact op met de gebiedscoöperatie via info@buijtenland-van-rhoon.nl


